De Eid-buitenstaander
Op de ochtend van Eid gaat Laila voor het eerst naar een nieuwe moskee. Maar op de een of andere manier heeft ze het gevoel dat ze er niet bij hoort.

Afbeelding door: Geisje van der Linden
Elke Ramadan sluit zijn hoofdstuk af met een Eid-gebed in de ochtend. Dit jaar bevond ik me op de trappen van een moskee waar ik nog nooit eerder was geweest. Toen ik drie vrouwen zag, liep ik dankbaar achter hen aan.
Om de hoek van de moskee bevond zich de ingang, waar je wordt begroet door een nis vol allerlei soorten schoenen. Om later niet op schoenenjacht te hoeven, stopte ik mijn sneakers in een plastic tas en vervolgde ik mijn weg de trap op. Harige bruine tapijten bedekten elke trede, geflankeerd door afbladderende turquoise leuningen. Gebogen schouders, gehuld in tinten bruin en grijs, bewogen voor me bij elke stap omhoog, als zachte golven die bescheiden opzwellen op zee.
Bovenaan stond ik voor een volledig gevulde zaal. Rijen en rijen vrouwen knielden terwijl ze aandachtig naar de imam luisterden via de luidsprekers. Gelukkig bewoog de rij zich verder naar achteren in de zaal, dus ik liep voorzichtig op mijn tenen over enkels en tassen achter de rest aan. Daar vond ik twee gangen voor me, elk gevuld met vrouwen die op hun knieën zaten, strak onder zich gevouwen, en elke voorbijganger bekeken met een stille, aanhoudende nieuwsgierigheid die me het ongemakkelijke gevoel gaf dat ik werd gekeurd.
Nog een volle zaal verscheen, met aan de zijkant een gang die naar meer ruimtes leidde. Het was alsof elke stap die ik zette een nieuwe laag van complexe origami ontvouwde. Met zijn lappendeken van gebedskleden in een bonte mix van kleuren leek de moskee bijna te leven, en te improviseren om voor iedereen een plekje te maken.
Uiteindelijk wist ik een plek te bemachtigen. Nadat ik was gaan zitten, had ik even de tijd om de vrouwen die binnenkwamen te observeren. Toen viel het me pas echt op wie er in de ruimte waren. Iedereen was ofwel een moeder, of een kind onder de 13 van een van die moeders. Ze droegen neutrale tinten met af en toe een glinsterende kraal op hun abaya’s. Ze spraken ook opgewonden Arabisch met elkaar.
'Alles in mij schreeuwde: Buitenstaander!’
En daar zat ik dan. In al mijn alleenstaande studentenglorie, gekleed in een broek en een nep-leren Zara-jas van het afprijsrek, met oranje fietssokken met sushi-thema, en geen woord Arabisch op mijn tong. Het allerergste? Ik was langer dan iedereen in de ruimte, waardoor ik er letterlijk bovenuit stak. Als een zere duim.
Bij dit besef kwam de eenzaamheid die in me had gesudderd plotseling opzetten en trok aan de pees die mijn longen verbindt. Het was alsof al deze vrouwen en hun groepje kinderen op de bodem van een meer rustten en ik hen alleen kon bekijken door een ondoordringbare olielaag. Alles in mij schreeuwde: Buitenstaander!’
Hoe is het mogelijk dat ik verlangde naar het gevoel van verbondenheid dat ik ervaar in de collegezaal van mijn universiteit, terwijl ik me bevond tussen andere moslimvrouwen van kleur?
Toen de oproep tot gebed klonk, stond ik op en voegde me in een gezamenlijke, uniforme beweging met de andere vrouwen. En hoewel we dezelfde gebeden uitspraken en dezelfde stappen volgden, bleef het gevoel van anders zijn hangen.
Een lijst met artikelen
-
Spinaziezaadwonden
Gepubliceerd op:-
Column
-
De redactie
-
Laila KozarkiColumnist
Reacties
Lees verder in Column
-
Roken, huilen en zoenen in het Pierre Bayle Monument
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Een maximumaantal promovendi per hoogleraar? Dat gaat er niet komen
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Minister Letschert en de academische toren
Gepubliceerd op:-
Column
-
Laat een reactie achter