Direct naar inhoud

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Waarom een socialemediaverbod voor jongeren niet de oplossing is

Gepubliceerd op:

Pesten, haat, schokkende beelden en een constante druk om zichtbaar te zijn, het is slechts een greep uit de problemen waar jongeren mee te maken hebben op sociale media. Moeten we sociale media voor jongeren verbieden? Steeds meer landen overwegen het, en Australië voerde vorig jaar als eerste land een leeftijdsgrens in. Maar volgens sociaalgedragswetenschapper Esther Rozendaal biedt zo’n maatregel vooral schijnzekerheid.

Afbeelding door: Bas van der Schot

Esther Rozendaal is hoogleraar Digitale weerbaarheid en veerkracht aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Haar onderzoek richt zich op de digitale leefomgeving van jongeren, de uitdagingen die ze daar tegenkomen en hoe ze daar op een goede manier mee om kunnen gaan.

Moeten sociale media voor jongeren verboden worden?

“Een verbod of harde leeftijdsgrens voor sociale media lijkt aantrekkelijk, omdat het een duidelijke maatregel is. Australië heeft een minimumleeftijd van 16 jaar ingesteld, overigens op basis van gebrekkige wetenschappelijke onderbouwing. Ik ben erg benieuwd hoe dat daar gaat. Bij de invoering zagen we wel meteen hoe lastig het is om zo’n verbod in de praktijk te brengen. Jongeren zijn heel creatief in het omzeilen van de leeftijdscontrole, zoals door het gebruik van een VPN, hulp van oudere vrienden, of, wat erg komisch was, het opzetten van maskers van een ouder gezicht.

“Er bestaat geen ‘magische leeftijd’ waarop sociale media ineens wel veilig zijn. Ook op je zeventiende is het niet leuk om shockerende content te zien. Een verbod kan jongeren juist kwetsbaarder maken. Ze gaan het stiekem doen, zonder steun van ouders of andere hulplijnen als het mis gaat. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid volledig naar jongeren zelf. Techbedrijven kunnen zeggen dat jongeren niet op die platforms mogen zitten, dus als ze in de problemen komen is dat hun eigen schuld. In plaats van alles te verbieden, ligt de oplossing volgens mij in het weerbaarder en veerkrachtiger maken van jongeren in hun omgang met sociale media.

Jongeren halen inspiratie uit sociale media, leren er nieuwe dingen, verbeteren hun Engels en, niet onbelangrijk: het is een grote bron van vermaak en ontspanning

“Bovendien gooi je met een verbod het kind met het badwater weg. In het maatschappelijke debat is weinig aandacht voor de positieve kanten van sociale media. Jongeren halen er inspiratie uit, leren er nieuwe dingen, verbeteren hun Engels en, niet onbelangrijk: het is een grote bron van vermaak en ontspanning. En vooral in de middelbare-schoolleeftijd spelen sociale media een grote rol in identiteitsontwikkeling. Het is een oefenruimte waarin jongeren kunnen verkennen wie ze zijn, wie ze willen zijn, en vooral ook wie niet, en kunnen uitproberen hoe hun omgeving daarop reageert. Dat kan heel positief werken, bijvoorbeeld door zelfexpressie en erkenning.”

Wat zijn de problemen waar jongeren tegenaan lopen in hun socialemediagebruik?

“Dat verschilt sterk per leeftijd, platform en kind. Al op de basisschool zie je grote verschillen: sommige kinderen hebben een smartphone, andere niet. Maar sommigen zijn wel actief op gameplatforms als Roblox of Fortnite, die ook een sterk sociale component hebben. Juist daar komen kinderen al vroeg in aanraking met nare interacties zoals cyberpesten, scheldpartijen, maar ook seksuele benadering, zoals vragen om naaktfoto’s. Op de middelbare school neemt dat toe, zeker als jongeren meer gebruik gaan maken van Snapchat, Instagram en TikTok. Dan gaat het ook expliciet over haat, discriminatie en racisme, zowel door bekenden als onbekenden.

“Daarnaast worden jongeren vaak geconfronteerd met heftige content. Op platforms als TikTok en YouTube kunnen plotseling gewelddadige beelden van bijvoorbeeld dierenmishandeling of seksueel getinte video’s opduiken, met een wisselende uitwerking: de ene jongere vindt dat naar, de andere juist spannend. Ook voelen veel jongeren zich ongemakkelijk bij het delen van hun locatie, wat heel gebruikelijk is op platforms als Snapchat. En online veiligheid speelt een rol, zoals angst voor hacking of het kwijtraken van accounts. Tenslotte zijn jongeren ook zelf vaak echt niet blij met hun schermtijd en vinden dat ze teveel tijd doorbrengen op hun telefoon.”

Afbeelding door: Bas van der Schot

Hoe weerbaar zijn jongeren tegen de uitdagingen van sociale media?

“Jongeren hebben best ideeën over hoe ze om zouden moeten gaan met de apps: een tijdslimiet instellen, iemand blokkeren of rapporteren, afstand nemen van een platform, of hulp vragen aan volwassenen. Vooral dat laatste noemen zowel basisschool- als middelbare scholieren vaak. Maar toch vinden ze het lastig hun copingstrategieën toe te passen. In de praktijk lopen jongeren tegen allerlei drempels aan. Meldfuncties zijn ingewikkeld of slecht vindbaar, sociale normen maken het lastig om af te wijken van groepsgedrag, en tijdslimieten vinden ze moeilijk vol te houden.”

Heb je tips voor ouders hoe ze hier beter mee om kunnen gaan?

“Luister naar je kind, en toon oprechte interesse. Van jongeren hoor ik dat ouders vaak boos en straffend reageren. Dat komt denk ik uit angst of paniek. Ik snap goed dat ouders het verbieden hoor, het is vaak een reflex die voortkomt uit onzekerheid. Maar door angst voor straf, en omdat ze het idee hebben dat hun ouders totaal niet begrijpen wat ze bezighoudt, delen jongeren hun problemen niet met hun ouders. Toch hebben ze wel echt behoefte aan steun. Erken dat je kind iets vervelends of schokkends heeft meegemaakt, want dat maak je een gesprek mogelijk. Vanuit die basis kun je samen kijken wat er nodig is, of dat nu steun is, een melding doen of manieren vinden om herhaling te voorkomen. Je hoeft daarvoor als ouders echt niet precies te weten hoe TikTok werkt.

“De thuissituatie heeft veel invloed op de digitale weerbaarheid van een kind. Hoe verhouden de opvoeders zich zelf tot hun sociale media? Krijgt een kind vaardigheden mee, zoals zelfcontrole en het aangeven van grenzen? Is er een warme thuissituatie of zijn er allerlei andere uitdagingen gaande waardoor er minder ruimte is voor ondersteuning van het kind? Ouders kunnen daar niet altijd direct iets aan doen, maar het is wel van invloed op de weerbaarheid.”

Wat is de verantwoordelijkheid van de socialemediabedrijven? Zouden die platforms beter moeten modereren?

“De meeste platforms doen al veel aan moderatie. Maar het verschilt sterk per platform én per gebruiker wat je te zien krijgt. Volledige filtering is bovendien ingewikkeld, omdat content wordt geüpload door gebruikers zelf, soms met bewust slechte intenties, en kan slim worden ‘verstopt’ zodat algoritmes het net niet herkennen.

“Toch is er wel degelijk meer mogelijk dan nu gebeurt. Voor film en televisie hebben we de kijkwijzer. Makers zijn bij wet verplicht met pictogrammen hun content te classificeren op geweld, angst of seksualiteit, met duidelijke leeftijdslabels. Er bestaat zoiets als een online kijkwijzer. Grote kanalen op YouTube vallen onder de mediawet, en zijn gewoon verplicht zich aan die kijkwijzer te houden. Maar iedere uploader moet het zelf classificeren, dat maakt het lastig. En er is geen internationale afstemming. Je komt niet alleen Nederlandse content tegen, veel komt uit Amerikaanse content. Daar is minder wet- en regelgeving . En je wil natuurlijk ook dat er een gelijk speelveld is voor al die verschillende platformen. Dat maakt reguleren lastig.”

Wat kan de EU hierin betekenen?

“Op Europees niveau wordt de wetgeving aangescherpt die platforms verplicht om minderjarigen beter te beschermen, bijvoorbeeld via strengere eisen aan leeftijdsverificatie en het reguleren van schadelijke content. Het voordeel van EU-regels is dat grote platforms die in Europa actief zijn zich eraan moeten houden, wat ook handhaving sterker maakt dan wanneer landen dat afzonderlijk proberen. Het krijgt wel backlash van de techbedrijven, die een gelijk speelveld eisen voor alle digitale diensten. Het moet niet zo kunnen zijn dat minderjarigen leeftijdsverificatie nodig hebben voor social media, maar wel bijvoorbeeld zomaar op vuurwerksites kunnen, vinden zij.”

Het is wetenschappelijk lastig om socialemediagebruik hard als ‘verslavend’ te bestempelen, zoals bij nicotine of alcohol

Je bent mild naar de platforms zelf. Het is toch bekend dat sociale media bedrijven hun platforms zo inrichten dat je er zo lang mogelijk op blijft, dat het content met heftige, vaak negatieve emoties beloont. Moeten sociale media in hun design er niet voor zorgen dat het niet zo schadelijk en verslavend is?

“Het is wetenschappelijk lastig om socialemediagebruik hard als ‘verslavend’ te bestempelen, zoals bij nicotine of alcohol, waar al jarenlang onderzoek naar is gedaan waaruit dat verband blijkt. Maar volgens neurowetenschappers kunnen we ook zonder dit soort empirisch bewijs iets zeggen over de verslavende werking. We weten hoe de hersenen werken, en daardoor kunnen we afleiden dat sommige designkeuzes inspelen op het emotionele, associatieve deel van het brein, waardoor het moeilijk wordt om er mee te stoppen.

“Ik weet zeker dat er bij die platformen mensen werken die zich hard maken voor de belangen van minderjarigen. En tegelijkertijd zijn het ook gewoon commerciële bedrijven die winst willen maken. Veel platforms zijn inderdaad ontworpen rond prikkels die automatisch gedrag aanwakkeren en je telkens iets nieuws voorschotelen, waardoor gebruikers gemakkelijk op de automatische piloot blijven hangen. Ik zie wel mogelijkheden om dat anders te ontwerpen. Je zou gebruikers actief kunnen helpen om te pauzeren, overzicht te houden op hun tijd en vooral meer controle te geven over wat ze wel en niet zien.”

Als je nu sociale media helemaal vanaf nul opnieuw zou mogen inrichten, hoe zou de digitale leefomgeving er dan uitzien?

“Het gaat me minder om technische ingrepen, en meer om hoe mensen met elkaar omgaan. Eindeloos scrollen door positiviteit en warmte heeft een heel ander effect dan wat we nu zien. Wat we online zien is een afspiegeling van de samenleving. We leven nu niet in een wereld die wordt gedomineerd door solidariteit en vriendelijkheid. Ik hoop daarom vooral dat technologie zich zo ontwikkelt dat echt schadelijke en juridisch verboden content, zoals haat, ronseling van minderjarigen of het onrechtmatig verspreiden van beelden, veel beter automatisch wordt gefilterd. Ik hoop dat gebruikers zelf meer controle krijgen over wat ze wel en niet willen zien, net als in de analoge videowereld. Als jij een obscure horrorfilm wil zien is dat leuk voor jou, maar het is niet aan mij besteed. Niet alles hoeft voor iedereen te worden dichtgetimmerd, maar mensen zouden veel meer keuzevrijheid en zeggenschap moeten krijgen, met ruimte voor de ervaringen en stemmen van jongeren zelf.”

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk