Het kabinet probeert sinds 2015 de kosten van de ov-studentenkaart verlagen, bijvoorbeeld door colleges naar de avond te verplaatsen zodat studenten buiten de spits zouden reizen. Dat had 200 miljoen euro moeten opleveren om in het onderwijs te investeren. Er hing veel vanaf, want de opbrengst speelde een rol in de legitimatie van het afschaffen van de basisbeurs.

Miljard

Het verlies van de basisbeurs maakte studeren duizenden euro’s duurder, maar zou het hoger onderwijs op termijn enkele honderden miljoenen euro’s per jaar opleveren om de kwaliteit te verbeteren. Die opbrengst zou zelfs een jaartje boven de 800 miljoen euro uitkomen.

Tel daar een fictieve bezuiniging van 200 miljoen euro op de ov-studentenkaart bij op, en dan heb je opeens een opbrengst van een miljard euro. Daar schermden VVD, D66, PvdA en GroenLinks graag mee, net als toenmalig minister Jet Bussemaker.

IllustratieSvdJ1 – Rueben Millenaar

Lees meer

Hoe in vijf jaar de honderden miljoenen van de basisbeurs verdampten

De honderden miljoenen die de afschaffing van de basisbeurs jaarlijks opbrengen zouden…

Dat miljard raakte al snel uit beeld. De bezuiniging op het openbaar vervoer ging helemaal niet lukken, ondanks noeste pogingen en brainstormsessies. Er waren juridische problemen met de contracten, dat hielp ook niet.

Sterker nog, twee jaar geleden bleek dat het openbaar vervoer nauwelijks goedkoper zou zijn als studenten buiten de spits reizen. Nu gaat de minister nog een stapje verder. De besparing van 200 miljoen euro gaat niet lukken, geeft ze toe. Het zou ‘zeer onrealistisch’ zijn om te verwachten dat studenten minder gaan reizen.

Opdraaien

“Dat leidt tot de conclusie dat de financiële doelstelling van Beter Benutten (zoals het plan wordt genoemd, red.) niet gehaald zal worden zonder te snijden in het reisrecht van studenten”, schijft ze. Met andere woorden, je kunt wel bezuinigen op de ov-studentenkaart, maar dan moeten studenten ervoor opdraaien.

Van Engelshoven gebruikt de lessen van de coronacrisis als excuus. De afgelopen tijd is duidelijk geworden ‘dat het belangrijk is dat studenten (naast online onderwijs) veel onderwijs op locatie kunnen volgen’, stelt de minister. “Ook de waarde voor studenten om elkaar fysiek kunnen ontmoeten, ook op andere plaatsen dan de onderwijsinstelling, is in deze periode pijnlijk onderstreept.”

Fluiten

Vorige week heeft de Tweede Kamer over de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gedebatteerd. D66 vuurde het kabinet aan om betere afspraken over reizen in de spits te maken, zoals bijvoorbeeld lukte met het hoger onderwijs in Arnhem en Nijmegen.

Zulke afspraken kunnen vast geen kwaad en zorgen voor aangenamer – en wie weet veiliger – reizen in de spits, maar het hoger onderwijs kan in elk geval fluiten naar die voorgespiegelde 200 miljoen euro.

Nog geen reactie — begin de discussie!