In december vroeg de protestbeweging WOinActie haar achterban naar de problemen met de werkdruk aan de universiteiten. Maandag stappen ze met een collectieve klacht naar de arbeidsinspectie.

“We verwachtten een stuk of honderd klachten”, zegt de Utrechtse hoogleraar Ingrid Robeyns, een van de gezichten van de actiegroep. “Het werden er meer dan zevenhonderd. En dat in een drukke maand als december! Het geeft wel aan hoezeer het onderwerp leeft.”

Beschadigen

In een beknopt rapport staan de klachten verzameld. Wetenschappers melden slaapgebrek, huwelijksproblemen, stress en meer. “Een van mijn kinderen heeft faalangst-achtige klachten ontwikkeld, mogelijke mede door mijn situatie en de signalen die ik afgeef”, schrijft iemand. Ook anderen noemen spontaan de gevolgen voor hun gezin of voor hun gezondheid: “Hoge bloeddruk, slecht slapen.”

“Wetenschappers hebben zo’n groot arbeidsethos dat wij onszelf beschadigen”, stelt Robeyns. “De overheid maakt misbruik van onze passie. Daar komt de politiek alleen mee weg omdat wij extreem loyale werknemers zijn.”

Ontluisterend beeld

Schetsen de klachten een beeld van de hele universitaire gemeenschap? Nee, zegt Robeyns, dit rapport van WOinActie is geen wetenschappelijk onderzoek. Het is een verzameling klachten. Maar ze schetsen wel een ontluisterend beeld.

Zo werken de universiteiten met zogeheten normuren voor onderwijs en andere taken. De toegekende uren zijn altijd te krap. Dat heeft ook financiële gevolgen. “Sommige medewerkers krijgen een contract van 0,7 fte, terwijl ze in de praktijk fulltime werken”, zegt Robeyns.

De universiteiten proberen de werkdruk wel te verlagen met allerlei plannen, maar volgens WOinActie gebeurt er alleen iets op papier. Of wetenschappers krijgen een cursus tijdmanagement. “Dan schuif je het probleem in de schoenen van de onderzoeker. Alsof er niets aan de hand is als je je werk iets beter plant.”

Wantrouwen

De actiegroep wil uiteindelijk 1,15 miljard euro structureel erbij voor de wetenschap. Maar gaat dat helpen tegen de werkdruk of komt er dan alleen maar meer werk bij?

Extra geld is noodzakelijk, stelt Robeyns, maar het is niet genoeg. “Als dat geld weer in de vorm van een nieuwe wetenschapsagenda erbij komt, waarbij wetenschappers moeten strijden om onderzoeksgeld, dan helpt het inderdaad niet. Het moet gewoon rechtstreeks naar de universiteiten gaan ten behoeve van docenten. Geen extra management, geen pr-medewerkers, maar docenten erbij. Zonder het wantrouwen dat ze niet hard genoeg werken.”

Robeyns kent de problemen zelf maar al te goed. “Afgelopen week heb ik elke avond gewerkt. Ik ging twee avonden na 12 uur naar bed en stond om half 7 weer op. Dan slaap je dus niet genoeg. Ik werk zo’n 55 uur in de week en dat weet ik omdat ik het een periode heb bijgehouden. Anders loop je het risico dat je overdrijft. Het gevolg is dat ik te weinig sport en me niet genoeg ontspan. Ik ben nu 47: ik weet niet of ik dit nog twintig jaar volhoud.”

Daar komt haar werk voor WOinActie bovenop. “Je kunt zeggen dat ik het mijzelf aandoe, maar ik vind wat we doen echt belangrijk en ik denk dat we ons doel kunnen bereiken. Zelfs de minister heeft gezegd dat er een miljard bij zou moeten komen.”

Ondergefinancierd

Robeyns eigen kinderen merken ook dat ze hard werkt. “Een van hen vroeg onlangs: mama, kun je niet ontslag nemen en een andere baan zoeken? En soms klinkt dat heel aantrekkelijk. Maar toch, ik word gedreven door onderwijs en onderzoek, ik vind het fantastisch om jonge mensen les te geven.”

Ze begeleidt ook graag promovendi, zegt ze. “Maar dan voel ik me ook weleens ongemakkelijk, want wat is hun toekomst? Het heeft ook geen zin om in het buitenland aan een universiteit te werken, want daar speelt hetzelfde. Nu spreek ik even als politiek filosoof, maar dit is een gevolg van het neoliberalisme dat over Europa en Amerika waait. We leven in een tijdsgewricht waarin de publieke sector ondergefinancierd is, dus de wetenschap ook.”

Nog geen reactie — begin de discussie!