De 21-jarige EUR-studente Sarah Papenheim overleed op 12 december aan de gevolgen van steekwonden. Ze werd gevonden door de politie nadat de moeder van de verdachte melding had gemaakt dat haar zoon telefonisch vertelde dat hij een meisje in haar buik had gestoken. Joël S. en Sarah waren huisgenoten. Ze deelden een appartement in complex De Snor, aan de Kralingse kerklaan. S. werd vlak nadat Sarah was gevonden gearresteerd op het station in Eindhoven.

S. is de afgelopen maanden uitgebreid onderzocht, onder andere door een psycholoog en een psychiater. Zij verklaarden in de rechtbank dat hij meerdere geestelijke stoornissen heeft, een combinatie van autisme, depressie en een psychotische stoornis. Er is sprake van ‘ernstige en complexe pathologie’ die ‘zeer waarschijnlijk’ van invloed is geweest op het gedrag van S. tijdens het delict. Hij was in die periode de grip op de realiteit kwijt. Daarom adviseren de psycholoog en psychiater ‘in ieder geval’ om S. te beoordelen als verminderd toerekeningsvatbaar en te zorgen voor langdurige en intensieve behandeling.

Angstaanjagende hallucinaties

De verdachte had angstaanjagende hallucinaties, bleek tijdens de zitting. Zo hoorde hij stemmen en zag hij een ‘slangenman’, die hem opdroegen om bloed te drinken en kinderen iets aan te doen. Ook strafte hij zichzelf als hij niet genoeg geoefend had op zijn contrabas. Dat deed hij onder andere met koude douches en door zichzelf te slaan met een hamer.

Omdat S. zich niets kan herinneren van het delict zelf, kon in de verschillende onderzoeken niet vastgesteld worden in welke mate die stoornissen invloed hadden op zijn gedrag tijdens het delict. De psycholoog en psychiater durven daardoor ook niets te zeggen over de kans op herhaling, of de noodzaak van TBS. Het geheugenverlies is volgens het psychologisch en psychiatrisch onderzoek te verklaren door een acute stressreactie, niet door zijn stoornissen.

Worsteling

Wat er precies gebeurde op de ochtend van 12 december in wooncomplex De Snor aan de Kralingse kerklaan blijft door het geheugenverlies van S. onduidelijk. Enkele getuigen hebben gestommel en gegil gehoord. Zelf verklaarde S. tegen de politie dat hij Sarah per se wilde spreken. Hij was van plan om zelfmoord te plegen en wilde nog een laatste woord hebben, omdat hij vond dat zij hem slecht had behandeld. Er zou een worsteling zijn ontstaan toen hij haar confronteerde, waarbij Sarah hem beet. In een eerder politieverhoor verklaarde S. ook dat hij het mes al vast zou hebben gehad toen hij Sarah aansprak, maar hij kan zich niet herinneren of dat daadwerkelijk zo was. Die eerdere verklaring zou hij onder druk van de rechercheurs hebben gegeven, zo zei S. woensdag in de rechtbank.

‘Geen gevaar’

Meerdere vrienden en bekenden van Sarah verklaarden dat ze bang was voor S. Hij zou in haar oor hebben gefluisterd dat hij drie mensen wilde vermoorden. In de dagen voor de dood van Sarah hadden zij en S. contact met het wijkteam van de ggz, na een melding bij het meldpunt verwarde personen. Sarah sprak met het wijkteam aan de deur. Op 10 december sprak het wijkteam met S. Toen is er ingeschat dat er geen gevaar was. Dezelfde dag belde Sarah echter nog met het wijkteam over dat S. gezegd zou hebben dat hij seriemoordenaar wilde worden.

In een emotionele verklaring sprak de moeder van Sarah rechtstreeks tot S. Ze zou naar huis komen om kerst te vieren en muziek te maken, de kerstcadeau’s waren al gekocht: drumstokken gesigneerd door Phil Collins. Het is aan Sarah te danken dat ze mild is, zo zei ze in de rechtbank. Zij zou haar er aan herinneren dat S. mentale problemen heeft. Toch hoopt ze dat hij nooit meer vrijkomt, nooit meer muziek kan maken of kinderen kan krijgen, omdat Sarah dat ook niet meer kan.

De vader van Sarah was zelf niet aanwezig bij de rechtbank, maar liet een brief voorlezen door zijn advocaat. Daarin zegt hij dat Sarah mensen wilde helpen en bewust een huisgenoot zocht met mentale problemen, zeker na de zelfdoding van haar broertje. Ook Sarahs vader gaf aan dat hij zich zorgen maakte over de situatie met haar huisgenoot. Ze had hem gerust gesteld: “Dad, he would never hurt me.”

S. zelf las aan het eind van de zitting een brief voor. Hij vertelde dat hij het verschrikkelijk vindt wat er is gebeurd. “Ik kan nog steeds niet geloven dat het mijn handen zijn geweest. Ondanks dat ik me niets kan herinneren, heb ik er spijt van.”

De uitspraak volgt over twee weken.

Al één reactie — discussieer mee!