Het is hem op het eerste gezicht niet aan te zien – niet al te groot, blond, blauwe ogen, vriendelijk gezicht – maar Daniël de Groot is een killer. Althans, als hij op de wedstrijdmat (en soms ook op de trainingsmat) staat. Tegenstanders die niet op tijd aftikken lopen, als ze geluk hebben, een paar dagen strompelend door hun huis, als ze pech hebben zijn ze dankzij een donkerblauw been weken uit de roulatie. Vorige maand nog, maakte hij in een uitwedstrijd gehakt van een Belgisch-Marokkaanse opponent uit Molenbeek.

De Groot is nationale top als het gaat om Braziliaanse Jiujitsu, en in zijn klasse (tot 64 kilogram, paarse band) eigenlijk ook gewoon Europese top. Hij traint normaliter in het Erasmus Sport Centrum op de campus, maar is ook aangesloten bij een club uit het thuisland van sport, Brazilië. Al twee maal heeft hij er een trainingskamp van drie maanden gedaan (en daarbij ook wedstrijden gevochten in de Mekka’s van de sport, de favela’s). Deze zomer volgt een derde, van een half jaar. Eerst nog even zijn studie afronden.

Man tegen man

Braziliaans Jiujitsu is een vechtsport met elementen uit het judo en worstelen; het zijn vooral grondgevechten. Die gaan doorgaans over één ronde van zeven of acht minuten. “Voor de gemiddelde toeschouwer is er geen zak aan om naar te kijken. Wellicht vandaar dat er niet veel geld in omgaat.”

De Groot, die eerder een bachelor Bestuurskunde aan de EUR afrondde, raakte rond zijn zestiende in de ban van de sport. “Daarvoor deed ik het alleen als videogame”, lacht hij. “Twee aspecten spreken me erg aan in de sport. Ten eerste is het altijd een gevecht van man tegen man, op leven en dood, al moet je dat laatste niet al te letterlijk nemen – als je op tijd aftikt tenminste. Ten tweede is het een uitermate technische sport waarbij elke techniek een eigen oplossing heeft. Dat kan heel diep gaan.”

De beste van Europa

Drie keer per week – op dinsdag, vrijdag en zaterdag – geeft hij les aan EUR-studenten. Het zijn fysiek zware lessen waarbij veel gespard wordt, en waar doorgaans ook de nodige amateur-enthousiastelingen afhaken omdat het echt erg intensief is. “Meestal kan ik op voorhand wel zien, wie dat zullen zijn”, weet De Groot. Trots is hij wel op een vrouwelijke pupil, die inmiddels ook aardig met de nationale top kan meekomen.

Ambities heeft De Groot wel. “Ik wil de beste Nederlander aller tijden worden in deze sport en de beste in mijn klasse van Europa”, klinkt het stellig. Dat zijn enigszins geringe gewicht daarvoor een beletsel zal vormen, bestrijdt hij en laat vervolgens een filmpje zien op zijn telefoon, waarin hij een 130-kilo zware tegenstander een beenklem zet en tot overgave dwingt. Hij bedoelt maar.

Nog geen reactie — begin de discussie!