Blijven studenten massaal thuiswonen?

'Meer studenten blijven thuiswonen', kopte de NOS begin januari. Maar klopt dat wel? Misschien, maar in elk geval niet op basis van de cijfers die hier gebruikt werden.

Beeld: Esther Dijkstra

Minder jongeren verhuizen naar universiteitssteden, becijferde het CBS. Maar betekent dat ook dat het leenstelsel ervoor zorgt dat studenten langer thuis blijven wonen? Misschien, maar dat is niet te zeggen op basis van deze cijfers.

Meer studenten blijven thuiswonen’, kopte de NOS bij het aanbreken van het nieuwe jaar. Ook andere landelijke media kwamen met vergelijkbare headlines. Jongeren zouden later op kamers gaan, jongeren blijven langer thuiswonen. Bijna overal werd de invoering van het leenstelsel als oorzaak aangewezen.

Minder jongeren

Maar klopt dat wel? Laten we eens naar de cijfers kijken. Die zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat kwam op 2 januari met een persbericht: ‘Weer minder jongeren verhuisd naar universiteitssteden’. In dat persbericht beschrijft het CBS dat er van juli tot en met oktober 2016 minder jongeren naar een andere gemeente verhuisden dan in diezelfde periode een jaar eerder.

Van juli tot en met oktober 2016 verhuisden 6,5 procent minder jongeren in de leeftijd van 17 tot 22 naar een andere gemeente in Nederland dan in dezelfde periode een jaar eerder. In 2015 constateerde het CBS ook al een daling. Toen verhuisden 14 procent minder jongeren naar een andere gemeente dan het jaar daarvoor. In bijna alle universiteitssteden vestigden zich minder nieuwe jongeren. De daling is in die steden met ruim 9 procent iets sterker dan het landelijke gemiddelde van 6,5 procent.

Twijfelachtig

De conclusie dat studenten thuis blijven wonen is echter veel te snel getrokken. Deze cijfers zeggen alleen iets over personen van 17 tot 22 jaar die verhuizen naar een andere gemeente. Allereerst is niet iedere jongere tussen de 17 en 22 student. De CBS-cijfers betreffen ook werkende jongeren en scholieren (en dan bedoelen we niet eens per se hbo’ers).

Daarnaast is de claim dat ze thuis blijven wonen of later op kamers gaan twijfelachtig. In de cijfers van het CBS staat bijvoorbeeld niets over hoofdhuurders of woningeigenaren. Het zou dus kunnen dat de 17- tot 22-jarigen die wél verhuizen, dat samen met hun ouders doen. Een 19-jarige die met zijn ouders naar een nieuwe stad verhuist, wordt immers ook ingeschreven bij die nieuwe gemeente. Bovendien ontbreken cijfers over verhuizingen binnen gemeenten. Het zou best kunnen dat jongeren wel op zichzelf gaan wonen, maar in de gemeente blijven waar ze al woonden.

Geen hard bewijs

Dan de vermeende oorzaak: de invoering van het leenstelsel. Veroorzaakt dat de daling van het aantal jongeren dat naar een andere gemeente verhuist? Daar lijkt het op. In studentensteden is de daling namelijk sterker dan in andere steden. Daarnaast is de periode die het CBS bekijkt – juli tot en met oktober – precies de periode dat de meeste studenten op kamers gaan wonen.

De daling zette in op het moment dat de eerste generatie studenten zonder basisbeurs van start ging. Ook opvallend is dat deze leeftijdsgroep de enige is waar het aantal verhuizingen naar andere gemeenten afneemt, terwijl mensen van alle andere leeftijden juist vaker verhuizen naar een nieuwe stad.

Maar echt hard bewijs is het niet. “Het studiefinancieringsstelsel moet wel haast een rol spelen”, zei CBS-hoofddemograaf en UvA-hoogleraar Jan Latten tegen de Volkskrant. “Maar we hebben niet naar specifieke oorzaken gevraagd.”

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
  • Hiermee kun je je aanmelden voor de EM nieuwsbrief. Je krijgt elke donderdag een mail met het belangrijkste nieuws van de week. Er is een Nederlandstalige en een Engelstalige editie.

    Vragen over de nieuwsbrief? Lees eerst onze veelgestelde vragen.