‘Rotterdam heeft een heel gezond poëzieklimaat’

Wie wordt de nieuwe campusdichter? Dat wordt 5 februari – aan het eind van de Poëzieweek – bekendgemaakt in het voor de gelegenheid omgetoverde ‘Poëzie Paviljoen’. Afzwaaiend campusdichter Umeu Bartelds blikt terug op twee jaar campusdichterschap.

Het lezen van Arthur Rimbaud was voor hem aanleiding om zelf te gaan dichten. Inmiddels is Umeu Bartelds klaar met zijn bachelor Filosofie en neemt nu even een pauze van het studeren. We spreken elkaar in café De Schouw, over poëzie, de Rotterdamse dichtcultuur en de geheimen van een goed campusdichterschap.

Je koos café De Schouw uit voor dit gesprek, waarom?

“Dit is een plek waar ik veel op het podium heb gestaan. Iedere eerste woensdag van de maand wordt in De Schouw de dichtclub gehouden, waar dichters voordragen uit hun werk. De regel is dat je iedere keer minstens één nieuw gedicht presenteert, dus je wordt ook sterk aangemoedigd om nieuwe dingen te proberen.”

Waarom ben je campusdichter geworden?

“Ik ben gevraagd om  de vorige campusdichter, Lennart Pieters, op te volgen. Daar heb ik lang over getwijfeld, omdat ik ook druk was met allerlei andere dingen. Dat er nu een wedstrijd is, vind ik goed. Daardoor gaan de deelnemers zichzelf en het campusdichterschap promoten.”

De Erasmus Universiteit staat nu niet bepaald bekend om haar cultureel engagement. Hoe vond je het om hier campusdichter te zijn?

“Dat was wel lastig, Rotterdamse studenten zijn moeilijk te bereiken. In Nederland heeft poëzie nog een beetje een stoffig imago, in andere landen genieten dichters veel meer aanzien. Die Hollandse nuchterheid is hier op de campus misschien wel nog sterker aanwezig. Maar de stad Rotterdam heeft wel een heel gezond poëzieklimaat, want we hebben hier het International Poetry Festival en de huidige Dichter des Vaderlands is een Rotterdamse.”

Het literaire festival zit in de lift. Is dat goed voor de Nederlandse poëzie?

“Ik zou het niet weten. Nederland is wel een land waar mensen van cultuur houden, waar ze graag naar festivals of theater gaan. Toch zullen dichters hier denk ik nooit de status bereiken van bijvoorbeeld de war time poets in Engeland. Ik denk dat de opkomst van literaire festivals goed is voor literatuur in het algemeen, niet specifiek voor poëzie.”

Ben je vooral een schrijvend dichter of meer een podiumbeest?

 “Je hoeft niet per se goed te kunnen schrijven om boeiende slam poetry te maken. Op een podium kun je veel meer met pauzes en gebaren werken, dat werkt op schrift niet. Er zijn niet zoveel dichters die het allebei kunnen, dat is slechts weggelegd voor de hele goede. Mijn persoonlijke voorkeur gaat toch wel uit naar schrijven.”

Waarom sta je dan ook wel eens op een podium?

“Ja, dat klopt. Door op een podium te staan kun je wat meer experimenteren, je bent veel meer bezig met hoe je poëzie overkomt op een publiek. Sinds ik ben gaan voordragen is mijn schrijven ook wel veranderd. Voordragen en schrijven beïnvloeden elkaar, maar het zijn wel echt twee verschillende kunstvormen. Voor romanschrijvers is dat verschil bijvoorbeeld veel kleiner. Zo’n voordracht draait veel meer om het verhaal, maar bij poëzie draait het om pauzes en spanningsopbouw. Dat komt vooral uit de presentatie en wat minder uit de geschreven tekst.”

Je bent twee jaar campusdichter geweest. Heb je er alles uitgehaald?

“Nee, dat denk ik niet. Ik had niet altijd genoeg tijd om veel te doen. Eerst was ik voorzitter van studievereniging ERA, van Filosofie, en bezig met het organiseren van een internationale conferentie. Later moest ik afstuderen. Ik heb er niet de energie in gestopt, zoals ik had willen of kunnen doen.”

“Wel heb ik op het Smitse Fest en het HeartBeat Festival gestaan, gedichten geschreven voor Erasmus Magazine, en de Faculty of Poetry opgezet: bijeenkomsten om studenten met elkaar over poëzie te laten praten en gedichten voor te dragen.”

Hoe had je het beter kunnen doen?

“Goede promotie is heel belangrijk. Je zou als campusdichter bijvoorbeeld kunnen samenwerken met de studieverenigingen, want je bent er voor hun studenten. Ik was pas de derde campusdichter, dus er is nog niet echt een vaste structuur.”

Wanneer ben je een goede campusdichter?

 “Voor een campusdichter geldt eigenlijk hetzelfde als voor een stadsdichter of een Dichter des Vaderlands. Je moet proberen mensen te bereiken die normaal niet met poëzie in aanraking komen.” TF

Het laatste gedicht dat Umeu schreef als campusdichter is hier te lezen of bekijk de video van Umeu toen hij begon. Op woensdag 5 februari is de bekendmaking van de nieuwe campusdichter, in het Erasmus Paviljoen. Vanaf 17.00 uur zijn er optredens van Tsead Bruinja en Daniel Dee, de Rotterdamse stadsdichter, campusdichter Umeu Bartelds en uiteraard de nieuwe campusdichter. Muziek komt van Half Way Station.

Deel dit artikel