‘Je krijgt meer begrip voor anderen als je af en toe een boek open slaat’

In vijf jaar tijd promoveren, een debuutroman schrijven en herstellen van kanker – Emy Koopman (1985) deed het. ‘Er zijn ook mensen die in een half jaar een boek af hebben hoor.’

Het begon allemaal met Martha Nussbaum, zegt ze. Emy Koopman – korte bos blonde krullen en een degelijke colbertjas – heeft haar leren schoudertas én haar rugzak (‘ik slaap vanavond in Amsterdam’) af laten glijden en schuift aan tafel bij koffiebar Lebkov. Het is een van de laatste zonnige herfstochtenden en we zitten buiten, met zicht op de glimmende kap van Rotterdam Centraal. Om de hoek komen bussen tot stilstand, puffend, onder het fietstunneltje galmt een saxofoon.

Nussbaum dus, de grote Amerikaanse filosofe die schrijft over ‘het goede leven’ en die beweert dat literatuur ons betere mensen maakt. Een sympathieke hypothese natuurlijk. Alleen: nooit bewezen (afgezien van die ene studie die het nodige stof deed opwaaien). Koopman, zowel klinisch psychologe als literatuurwetenschapper, was het zat, al die claims. Ze zocht het uit.

Cum laude

Ze was net klaar met haar psychologiestage bij PsyQ, dus ze hoefde alleen maar de weg over te steken naar Woudestein. Voor haar promotieonderzoek, aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, gaf ze mensen teksten te lezen over rouw en depressie. Vervolgens testte ze wat er met hun empathische vermogens gebeurde. “Ik wilde weten: klopt het wat Nussbaum beweert?”

Om kort te gaan: ja, je krijgt meer begrip voor de sores van anderen als je af en toe een boek open slaat. Literaire taal brengt ons in aanraking met nieuwe, vaak complexe en gemengde emoties (al is het niet duidelijk of het lezen van een klassieker à la Tolstoj of Multatuli tot socialer gedrag leidt dan een paar bladzijdes Komt Een Vrouw Bij De Dokter). De promotiecommissie was dusdanig onder de indruk dat ze het predicaat cum laude kreeg (‘geen idee hoe vaak dat voorkomt, maar aan onze faculteit in ieder geval niet vaak’).

Als ik haar vraag wat we met deze bevindingen kunnen, schuift ze wat ongemakkelijk heen en weer. “Als psycholoog denk ik: hoe kunnen we mensen beter maken? Je zou literatuur vanuit de GGZ kunnen inzetten om het gesprek op gang te brengen over psychische aandoeningen, bijvoorbeeld als een naaste lijdt aan een geestesstoornis. Maar als literatuurwetenschapper heb ik een beetje moeite met dat instrumentalisme. Ik houd niet zo van nut. Ik houd van schoonheid. Een boom is toch ook niet alleen mooi omdat je er een IKEA-kast van kunt maken?”

Emy Koopman (1985) studeerde literatuurwetenschappen en klinische psychologie aan de Universiteit Utrecht. Dit najaar promoveerde ze op ‘Reading Suffering: An Empirical Inquiry into Affective and Reflective Responses to Narratives about Mental Pain’. In september werd haar debuutroman ‘Orewoet’ uitgegeven door Prometheus. Ze publiceerde verder in oa De Correspondent, Hard//hoofd en De Groene Amsterdammer.

Songteksten

Emy Koopman. Beeld: Levien Willemse

Koopman groeide op in Haren (‘ja, van Project X’) en later in Oss. Haar vader werkte als rector op een middelbare school, moeder was universitair docent Frans op de Radboud Universiteit. Ze las graag en veel. Ze had altijd verhalen geschreven, maar nog nooit gedacht: dit is zo goed dat ik er iets mee wil doen. Op de middelbare school schreef ze de songteksten voor haar bandje Fallen Angels. “Ons grote voorbeeld destijds, Anneke van Giersbergen van The Gathering noemde het poppy met een edge.”

De roman waar ze aan begon toen ze in Utrecht literatuurwetenschappen ging studeren, eindigde in de la. Ze schreef vooral recensies en essays voor online magazines 8weekly en Hard//hoofd (wat leidde tot een ‘kop koffie’ met een redacteur van Nijgh & Van Ditmar, maar verder op niets uitliep).

Pas toen ze in 2014 na een Hard//hoofd-avondje in het Amsterdamse Torpedo Theater werd aangesproken door een meisje van Prometheus was het raak. “Precies op het juiste moment, pas toen ik echt iets had liggen. Dat zou ik iedereen gunnen: geen druk in het begin, maar op een gegeven moment een contract dat je stimuleert om het af te maken.”

Onderwijs geven

“Mijn plan was om in ieder geval één dag in het weekend aan het boek te besteden en drie avonden doordeweeks. Dat lukte niet altijd – soms was ik afgedraaid van het werk op de universiteit, of wilde ik echt even met vrienden afspreken. Maar het voornemen hielp wel.”

De gemiddelde promovendus heeft zijn handen meer dan vol aan het onderzoek, helemaal in combinatie met de grote hoeveelheid onderwijs die vaak gegeven moet worden. Koopman niet, die had met een proefschrift en een roman nog genoeg puf om een masterclass onderzoeksjournalistiek te gaan volgen. En als ze er al een keer doorheen zat, wat ook best weleens gebeurde, dan dacht ze aan de tip van haar moeder.

“Die vertelde een keer aan de telefoon dat ze die ochtend een slak was tegengekomen in de achtertuin. Een heel verhaal, over hoe dat beest bijna stil leek te zitten. En ’s avonds had ze hem desondanks in de voortuin aangetroffen.” Ze lacht: “Het is een kwestie van gestaag doorbikkelen, bedoelde ze. Dan kom je er wel.”

Kankerpatiënt

En toen was het ineens de zomer van 2015. Ze stond helemaal in de startblokken voor de eindspurt –  ‘echt zo van: even drie keer zo hard werken en dan zit het erop’ – toen ze het nieuws kreeg. Het was een bevolkingsonderzoek, niks om je zorgen over te maken, dacht ze nog. Maar de gynaecoloog zei het echt: baarmoederhalskanker.

“Ineens was ik kankerpatiënt”, schrijft ze een paar maanden later in een persoonlijk relaas. “En waren de twee grootste vragen: moet mijn baarmoeder er nu uit? En: overleef ik dit?”

De antwoorden zijn inmiddels helder: nee, en ja. Er moest geopereerd worden, dat wel. En elke drie maanden heeft ze controle. Maar binnen no-time was ze weer aan de slag (ze kon zelfs nog instromen bij de cursus onderzoeksjournalistiek waarvoor ze zich had ingeschreven). Ze vertelt het opgeruimd.

Of ze het knap vindt van zichzelf, hoe ze ermee is omgegaan, vraag ik.

“Ik denk daar niet in normatieve termen over na. Ik zou niet weten hoe je er ‘slecht’ mee had moeten omgaan.”

Nou, instorten ofzo, zeg ik – wat me eigenlijk heel logisch lijkt.

“In eerste instantie was ik natuurlijk geschokt en emotioneel”, zegt ze. “Maar ik heb de neiging om dingen op een gegeven moment een beetje van een afstandje te gaan beschouwen. Dan denk ik: raar eigenlijk, hoe die arts dat deed. Of: interessant, hoe die vrouw zich gedroeg.”

Ze lacht, schuldbewust: “Dat is toch een manier om orde te scheppen in de chaotische werkelijkheid. Coping. Ik kan er het er met vriendinnen over hebben, of er een scène over schrijven.”

Driehoeksverhouding

Haar debuutroman Orewoet (Middelnederlands voor ‘een hevig brandend verlangen’) is gebaseerd op zo’n ‘interessante’ situatie, een driehoeksverhouding waarin ze verzeild raakte toen ze een jaar of vijfentwintig was. Het verhaal speelt halverwege de jaren zeventig (‘de hoogtijdagen van de antipsychiatrie’) en is grotendeels geschreven vanuit mannelijk perspectief.

Of ze daarbij nog wat had aan haar onderzoek naar empathie, vraag ik.

Ze lacht. “Het is niet zo dat ik door mijn onderzoek een hele trukendoos aan literaire stijlfiguren kan opentrekken om de emotie van de lezer te bedienen. Ik schrijf wat ik graag zelf zou willen lezen.”

Ze gaat door in de wetenschap, als zelfstandige, maar ze gaat zich vooral richten op schrijven en journalistiek. “De wetenschap is stabieler. Ik zou kunnen proberen om voor een Veni-beurs te gaan, ook omdat ik redelijk gepubliceerd heb. Maar ik vind het nu niet zo’n leuke wereld. Het is vechten voor je geld. En als ik dan moet vechten, dan liever voor een tweede roman dan voor een nieuw onderzoek.”

Meer horen? Op dinsdag 11 oktober vertelt Emy Koopman over haar onderzoek én haar roman in Studio Erasmus (20.30 uur, Rotterdamse Schouwburg).

  • Groot interview met hoogleraar Maikel Peppelenbosch
  •  Interview

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
  • Hiermee kun je je aanmelden voor de EM nieuwsbrief. Je krijgt elke donderdag een mail met het belangrijkste nieuws van de week. Er is een Nederlandstalige en een Engelstalige editie.

    Vragen over de nieuwsbrief? Lees eerst onze veelgestelde vragen.

Wat gebeurt er allemaal op deze universiteit?AgendaLees meer 40% van het universiteitspersoneel heeft geen vast contract. staat op de 3e plaats in aantal flexwerkers buff.ly/2vwSMKQ @ErasmusMagKroegen van RotterdamMeer informatie »